woensdag 17 juni 2009

Wasbaar maandverband

Intrigerend:
een vrouwengroep is een interessant project opgestart; het produceren van wasbaar maandverband. De vanzelfsprekendheid voor ons, is een worsteling op het platteland met het missen van schooldagen (verlies van kennis) als gevolg. Gemiddeld missen de meisjes drie schooldagen per maand, dus een maand per jaar! Er is geen geld voor maandverband en de gebruikte oude kleding of zand met blaadjes lekken door. Seksualiteit, ongesteldheid, de ongemakken, zijn zaken waar men op het platteland niet over praat. Iets wat wij ons niet meer kunnen voorstellen.

Een prachtig project biedt uitkomst. Op een hele simpele manier kan er wasbaar maandverband worden gemaakt van verschillende laagjes, waaronder katoen. In een roze zakje, lekker meisjes achtig, zitten vijf maandverbandjes waarmee de meisjes 4 maanden verder kunnen voor maar 90 eurocent. Voor de meisjes in de sloppen zit er een klein emmertje bij met wasmiddel. In een korte omschrijving staat beschreven hoe het werkt.

De vrouwengroep is getraind om het maandverband te maken en verdienen hier geld mee. Zo snijdt het mes aan twee kanten: educatie voor de meisjes en inkomsten voor de vrouwen.
Het materiaal wordt ingekocht in Nairobi en de dames werken met naaimachines om het maandverband te vervaardigen. Er is hier veel training aan vooraf gegaan om uberhaupt tot dit eind resultaat te komen.

Wat heeft dit project nou met Ahero te maken? De overheid is het verbouwen van katoen aan het stimuleren. Ahero is van oudsher het gebied voor katoen en wil om die reden deze business weer oppakken.
VCAA ziet hier mogelijkheden, door dit katoen te gebruiken voor het maandverband. Stel dat we dit kunnen produceren en het katoen afnemen van Ahero en andere mensen verwerken het katoen weer in een eindproduct. Zo profiteren er meerdere groepen van dit concept:
1. Ahero: verbouwen katoen
2. Vrouwengroep: vervaardigen katoen voor productie maandverband
3. vrouwengroep: produceren maandverband
4: meisjes op het platteland

KIRDI (Kenyan Industrial Research and Development Institute) is nu de mogelijkheden aan het onderzoeken. We zijn erg benieuwd!

Ze staan in de rij

Ik heb een enthousiaste Dalmas aan de telefoon. Van 10-12 juni heeft de eerste training van de Community Bank plaatsgevonden. Honderden mensen zijn er op af gekomen. De verwachting was dat er 26 groepen zouden komen, maar dat zijn er 48 geworden.
Ik hoor cijfers die schommelen tussen de 850 - 1000 leden voor de bank. Dat is ongelooflijk veel!!

Waar dit succes aan te danken is? De snelle opvolging en nakomen van afspraken.

Jasper van CIVS is regelmatig geweest. Paul en ik hebben de gemeenschap eind april bezocht. Chantalle en ik zijn er vijf dagen geweest. Er heeft een survey plaatsgevonden. En Dalmas met zijn team heeft het opgevolgd met de training.

Wow, wat fantastisch!

zondag 7 juni 2009

Op het platteland - deel 5


Ze lijken zo gelukkig, zijn ze dat? Nee. Gelukkig is het woord niet. Ze accepteren de situatie zoals die is en proberen er het beste van te maken. Ze zijn dankbaar met elke kleine vooruitgang of extra’s die ze krijgen. Ze zijn ongelooflijk blij dat ze aan ons hun verhaal kwijt kunnen en zich gehoord voelen. Mzungu’s die van ver komen en de moeite hebben genomen om uitgerekend bij hun te komen en te verblijven voor een paar dagen. Soms kan ik er niet bij met mijn hoofd dat ze daar zo blij mee kunnen zijn, want wat hebben we tot op heden voor ze gedaan? Nog niets! Alleen de belofte dat ik terug kom. Daarnaast is de eerste stap gezet voor het formeren van de Community Bank. Ik ben blij dat we iets concreets voor ze gaan doen. Alleen zij weten dat nog niet. De reden van dit bezoek was ook om te kijken wat zij willen.

In die vijf dagen heb ik gezien dat deze gemeenschap probeert hun hoofd boven water te houden. 77% leeft onder de armoedegrens en verdienen dus niet meer dan 1 euro per dag! Op de school waar we zijn geweest is 30% wees en als ik alle verhalen hoor denk ik dat dit percentage op alle scholen van toepassing is in Kakmie. HIV/Aids is een van de grootste boosdoeners, maar preventief wordt er in gemeenschappen als deze nog weinig gedaan en voorlichting over gegeven.

Er is veel potentie. De wil is er. De ondernemerszin ook, dat is zichtbaar in al die kleine projecten. Alleen door de versnippering en gebrek aan kennis blijft het klein en is uitbreiding vrijwel niet haalbaar. De droogte zorgt ervoor dat bij tijd en wijle de oogst verloren gaat. De grond is vruchtbaar en er zijn mogelijkheden om nieuwe gewassen te verbouwen en ervoor zorg te dragen dat er tijdens de droogte toch nog water is. Het behoeft een injectie, training en opzet van een goede structuur. VCAA zal in samenwerking met BIG Ltd. en uiteraard de gemeenschap zelf stappen gaan zetten. Eerst door het opzetten van een Community Bank. Daarmee komt er structuur binnen de gemeenschap en worden de groepen gemobiliseerd en al deze krachten tesamen gebundeld. Met deze bank kunnen mensen geld sparen en lenen. Zodra er meer dan 100 leden zijn gaan we van start met het EMPIS Centre.

Education – trainen van mensen hoe ze bijvoorbeeld een business plan kunnen opzetten of middels de Farmer Field School leren landbouw te bedrijven.
Meeting & Market place – een centrale plek waar de bank is gesitueerd, mensen elkaar ontmoeten en kennis kunnen delen en waar locale producten worden verhandeld.
Products - Onderdeel van het centrum is een water kiosk, producten van de bank zoals sparen, lenen, gezondheidsverzekeringen, wezen programma
Information – geven van informatie over HIV/Aids
Sustainable and Self Supporting – het uiteindelijk doel van dit programma is dat de gemeenschap zelfredzaam wordt.

Het is tijd om te gaan. Het waren bijzondere dagen bij hele bijzondere en hartelijke mensen die uitermate goed voor ons hebben gezorgd. Leerzaam, het heeft me geraakt, gezellig, boeiend en enerverend. Er is nog een ‘vaarwel party’ georganiseerd. Lekker eten, samen met de dames en als afsluiter voetjes van de vloer op Luo muziek, het zo gehete Ohangla. Wat hebben we met z’n allen gelachen. En het was zichtbaar dat ze dit vrijwel nooit doen.
De volgende ochtend stonden zij op hun aller mooist gekleed ons uit te zwaaien, Mama Jasper, Mary 1 en 2 (er zijn er twee vandaar dat wij ze zo hebben genoemd), Milka, Christine, Nerea, Emily, Margereth, de kinderen en Nicolas.

zaterdag 6 juni 2009

Op het platteland - deel 4


De grootmoeders hebben zich ook gemobiliseerd in een groep. Bij de kerk worden we ontvangen met zang en dans. Het harde werken in hun leven is van hun gezichten af te lezen. Maar ook de trots en waardigheid. Vrouwen die zich niet kapot laten krijgen door de tegenslagen in hun leven. Door de mannen die het dikwijls laten afweten. Droogte, overstromingen, overlijden van hun kinderen en nu de zorg voor de kleinkinderen. Ze maken kleurrijke manden om zo een centje te verdienen waarmee ze de monden kunnen voeden. Bij lange na niet genoeg.Ik kijk rond. In een lange rij zie ik ze zitten met hun doeken kunstig om hun hoofd geknoopt en de rijkelijke gekleurde kanga’s om hun middel geknoopt. Ze luisteren erg aandachtig. Een vrouw, ik, spreken in het openbaar, ze vinden dat nogal niet wat. Het is niet alleen geld en kennis brengen naar ontwikkelingslanden, ook deze rol is belangrijk. Een voorbeeld is voor deze vrouwen en hen aanmoedigen ook van zich te laten horen. Het zijn vaak de mannen die spreken in deze gemeenschappen, terwijl het de vrouwen zijn die het werk doen.

Het is niet alleen praten en mensen en projecten bezoeken, maar ook zelf meewerken om enig idee te krijgen. Nou, dat heb ik geweten.Voor dag en douw is er (alweer!) een vrouwengroep aan de slag op een stuk land wat geploegd moet worden. Allemaal hebben ze dezelfde kleren aan. Rokken en hesjes in knal blauw, oranje en wit. Schitterend! Met een schep in de hand ploegen ze gezamenlijk 1 acre. Ze staan op een lijn en ploegen meter voor meter voort. Ik krijg een schep in mijn hand en ga tussen ze in staan om mee te werken. Dit heeft de nodige lach salvo’s tot gevolg. Een deel van de groep staat naar me te kijken.. dat willen ze wel eens zien, een Mzungu aan het werk op het land. Een oud wijfie komt naast me staan en laat me zien hoe ik het moet doen. Oh lala, wat is dat zwaar! Binnen no time gutst het zweet van mijn lichaam. Ik word aangemoedigd om vooral door te gaan. Naast me hoor ik “You are my youngest daughter”, dit herhaalt ze een paar keer. Ik heb er weer een Keniaanse moeder bij. Het gezang begint, een hoog geschreeuw ‘oei oei oei’ en op dit ritme werken we gestaag door.
RESPECT voor deze vrouwen die dit vrijwel dagelijks doen. Heel veel respect. Binnen no time voel ik mijn handen. Ai ai, wat blaartjes. De schade valt mee, maar hiermee heb ik helemaal de lachers op mijn hand. Ik vind het wel mooi hoe ze het doen, zo met elkaar werken. Is veel stimulerender en maakt de last iets minder. Met dit werk verdienen ze als groep geld wat dan onderling wordt verdeeld.

Later gaan we zitten onder de boom om met elkaar te praten. “Wat zouden jullie willen bereiken?” “Dat wij ons eigen stuk land kunnen bewerken en een verscheidenheid aan groenten leren verbouwen”. “Waar lopen jullie nu dan tegen aan?” “Gebrek aan kennis en middelen. En de droogte is ook onze vijand.” “Stel dat jullie deze droom waar kunnen maken, wat dan?” “Dan kunnen we voor de wezen zorgen, want daar zijn er heel veel van. Dat baart ons zorgen.”
En met alles wat ik heb gezien kan ik met dat heel goed voorstellen.

vrijdag 5 juni 2009

Op het platteland - deel 3


Op een middag gaan we naar een Orphan Feeding Program. En weer zijn het de vrouwen die daarin de leiding nemen. Een groepje vrouwen zorgt dagelijks voor een groep wezen. Ze leggen hiervoor geld bij elkaar om het te kunnen betalen en hebben een stukje land wat wordt bewerkt. Daarop wordt onder andere maïs en bonen verbouwd. Al die kinderen zonder ouders. Op een vuurtje buiten wordt de pot gekookt. Ugali en groente. De kinderen staan keurig in een rij te wachten met hun bord in de hand totdat het hun buurt is om een hap te krijgen. Daarna gaan ze in groepjes in het gras zitten waar ze eten. Veelal in stilte. Als deze groep vrouwen er niet zou zijn, zouden ze vrijwel geen eten krijgen. GEEN eten! Na het eten brengen ze hun bordje terug, wassen de handen en krijgen nog een kop water en gaan weer naar school. De dames, deze keer samen met ons, wassen alles af. Een bak waar alle vuile was in zit. Met een doekje en zeep wordt alles grondig, maar dan ook echt heel grondig gewassen. Ik sta er van te kijken. Daarna wordt het net zo goed afgespoeld en in een bak gedaan om te drogen. Alles staat op de grond buiten en we staan voorover gebukt te werken. Zwaar om zo te staan.

We bezoeken wat weduwen en een zieke dame. De laatst genoemde woont in een lemen hut. Ik ben geschokt. Een hut, met een zitkamer die niet groter is dan 2 bij 2 meter. De stoelen en tafel die er staan zijn kapot. Geen fauteuils met kanten kleedjes, geen elektriciteit. Er staat een doos met op een grote hoop kleding er in. Er liggen her en der wat schoenen. Op een stoel zit heel timide een vrouwtje, ongeveer 42 jaar, mager en in elkaar gedoken. In een ander kamertje wat gescheiden is met een doek staat een kindje. Dit tafereel grijpt me naar de strot. Deze vrouw heeft drie kinderen. Haar man is al tig jaar overleden en zij heeft HIV/Aids. De verwoesting van deze ziekte is zichtbaar. Doordat ze zo zwak is kan ze zich amper bedruipen. Medicijnen hebben vrijwel geen zin meer. Want als je niet goed eet, hebben de medicijnen geen effect. Ik kan wel janken bij dit beeld. Het uitzichtloze leven. Af en toe komt er familie langs of buren die naar haar omkijken. Maar over het algemeen is ze op zichzelf aangewezen. Wat gebeurt er straks met haar kinderen? Weer 3 wezen erbij die alleen verder moeten. Ik vind dit echt heftig en heb dan ook even nodig om het te verwerken. Emilie en Mary kwebbelen rustig door. Zij weten niet beter. Ik loop in stilte met ze mee, naar het volgende bezoek.

We gaan bij Doris langs, een kranig wijfie, met grote flaporen, een paar tanden en een heerlijk open gezicht en een en al lach. Ze kan amper meer lopen. Ze zit voor het huis op een kleed de maïs te drogen. Een grote glimlach verschijnt op haar gerimpelde gezicht zodra ze ons zit. Ze springt op, zo ver als dat kan met die tere en pijnlijke botten. Dankt God dat wij bij HAAR zijn langs gekomen. Ze voelt zich zo vereerd. Pakt mijn handen vast, geeft me een knuffel en staat even daarna te zingen. Ook zij heeft niet meer dan een lemen hutje. En zij is een van de vele oma’s die zorg draagt voor haar kleinkinderen, omdat haar eigen kinderen zijn overleden.Ze moet en zal ons iets mee geven. En loopt, zwaar leunend op haar stok, stapje voor stapje naar haar eigen akkertje om even later met een paar maïs kolven terug te komen. Ach lief mensje. Je hebt het al zo zwaar en dan toch wil je ons iets geven.
Deze mensen, met bijna niets, zijn zo vrijgevig en zo dankbaar met hele kleine dingen. Met een brok in mijn keel neem ik het in ontvangst. Daar doen we in ieder geval mama Jasper een heel groot plezier mee. Want al lijkt het of zij het goed heeft met haar stenen huis en elektriciteit, ook zij verdient niet meer dan 1 dollar per dag en moet alle eindjes aan elkaar knopen. Daarnaast ontfermt ook zij zich over een paar wezen. Met liefde krijgen zij eten bij mama Jasper.Wat een ander leven hier. Wij vragen of mensen bij ons willen blijven eten. Bij een kopje koffie komt bij wijze van spreke de koektrommel tevoorschijn en mag je een koekje pakken. Hier wordt niets gevraagd. Hier is het heel vanzelfsprekend dat je mee eet en waag het niet om nee te zeggen. Deze houding, deze gastvrijheid voelt als een warme deken.

donderdag 4 juni 2009

Op het platteland - deel 2


We moeten ons melden bij de Chief. Hij is er niet, dus we gaan naar zijn Assistent. Zij worden aangesteld door de regering en rapporteren op wekelijkse basis wat er in de gemeenschap gebeurt. In een piepklein kantoortje zit de Assistent Chief met zijn secretaris achter zijn bureau. Een foto van President Kibaki hangt aan de muur en de Keniaanse vlag staat op tafel. Over een weer stelen we ons voor. Hij wil weten waarom we er zijn en wat we gaan doen. Als er ontwikkelingen zijn moet hij daarvan op de hoogte worden gesteld en het liefst wil hij bij bijeenkomsten participeren. Nogal argwanend, maar ik vraag me af waarom. Om dan met de projecten aan de haal te gaan en te zeggen dat het uit de koker komt van de regering?! Klinkt cynisch, maar het zijn wel zaken waarmee je wordt geconfronteerd. Het team garandeert me dat het echt niet het geval is. Oke, oké. Dit is zoals het er hier in Kenia aan toe gaat.


Waar leven de mensen van en wat doen ze de hele dag? Ik heb in die dagen veel gezien, mensen ontmoet en gesproken en vele vele kilometers gelopen in de brandende zon. In Kakmie zijn er tientallen groepen die zich als dusdanig ook hebben geregistreerd. Die groepen werken samen om zo een beetje de krachten te bundelen. Maar als ik kijk denk ik, wat is er veel potentie en wat zou er veel uit te halen zijn als ze meer met elkaar zouden gaan samenwerken.Na een wandeling van een half uur (volgens de lokale om de hoek) komen we bij een ‘Youth Groep’ aan. De stoelen zijn al in een kring neergezet. Een paar fauteuils staan prominent naast elkaar. Deze zijn voor de bezoekers. In stilte wordt er naar ons gekeken. Een van de jongens spreekt Engels en neemt het woord. Een welkom richting ons. Blij zijn ze met onze komst, want dat betekent dat er aandacht en belangstelling is voor hen. Hoopvol zijn ze, want ze willen zo graag verder, maar weten niet hoe. En hopen dat wij met suggesties en ideeën komen waarmee ze verder kunnen. Hun business is het houden van bijen en produceren van honing voor de verkoop. Willen we het zien? Ja, natuurlijk. En zo vertrekt de delegatie naar de plek waar zes dozen hangen aan bomen, beschut, dichtbij water en bloemen. Ik mag niet te dichtbij komen, want dan kan ik worden gestoken, maar het intrigeert me wel en de verleiding is groot. In een doos zitten zes honing raten. Een machine en kleding moeten worden gehuurd. Uitbreiden willen ze wel, maar ze weten niet hoe.
“Hoeveel verkopen jullie nu?”
“6-7 liter per doos per maand in liter flessen, dat is in het goede seizoen. Anders 2-3 liter”.
“Liter flessen, mijn suggestie zou allereerst zijn om het in potjes te verkopen en daarop een etiket te plakken met jullie naam/gebied erop. Per potje kun je meer vragen dan per liter en ik kan me voorstellen dat dat ook de verkoop bevordert. Ik zou bijvoorbeeld geen liter honing kopen”.
Hier is nooit aan gedacht.
“Hoeveel willen jullie in de toekomst produceren en weet je wat dat dan gaat opleveren?”
“Huh? We willen nu in ieder geval een eigen machine voor het honing proces en kleding ter bescherming”.
“Hoeveel kost dat?”
“We hebben gehoord 100.000 Khs (is duizend euro)”.
“Maar dat weet je niet zeker?” “Nee”.
“Hoeveel moet je hiervoor verkopen wil je dit hebben terug verdiend?”
“Geen idee!”
En zo zitten we onder de boom te brainstormen, te praten en suggesties te doen. Groter denken is het credo. Leren om een business plan te maken en anders te denken. Dat is een van de eerste trainingen die wordt gegeven zodra de Community Bank is opgericht.Deze groep is niet de enige die bijen houdt. Er zijn er meerdere. Mijn handen jeuken. Ga samenwerken. Vorm een coöperatie. Zorg dat je gezamenlijk een machine kunt aanschaffen die dan onder de Community Bank valt. Daarmee gaat het geld wat betaald moet worden naar de bank, wat de gemeenschap ten goede komt, in plaats van naar iemand anders. Dit zijn zo mijn gedachten die ik ook met de groepen deel. Ik spreek ze toe in het Engels en Edward vertaalt alles in het Luo, zodat we elkaar allemaal goed begrijpen. De opbrengst van de business willen ze ten dele besteden aan de zorg van de wezen. Iets wat ik veelvuldig hoor in die dagen. Wezen, een gigantisch probleem in veel gemeenschappen. De middenlaag die is overleden aan de gevolgen van vooral HIV/Aids en Malaria. Grootmoeders op leeftijd die dan de zorg overnemen. Schrijnend.

woensdag 3 juni 2009

Op het platteland - deel 1


Vijf dagen op het platteland in Kakmie. Voelen, ruiken, zien en ervaren hoe de mensen leven. Kakmie is een dorp met ruim 8000 inwoners en het maakt onderdeel uit van de gemeenschap Ahero. Het ligt ongeveer 24 kilometer bij Kisumu vandaan en is goed bereikbaar met de Matatu. Tenminste ….. als je dichtbij de hoofdweg woont.

We komen ’s avonds aan en dat is niet echt handig. Het geeft echter wel direct een goed gevoel hoe het dan is: donker! In Kenia is het om 19.00 uur al donker en rond 7.00 uur is het alweer licht. Dag in, dag uit, het hele jaar door. We slapen op de compound van mama Jasper. De tradities van de Luo (derde grootste stam van Kenia) zijn dat de ouders recht tegenover de ingang wonen, de eerst geborene heeft een huis links er naast, het tweede kind rechts er naast en ga zo maar door. Ons huis, slaapplek voor de aankomende dagen is nog aanbouw. De ruwbouw staat en voor de rest is het nogal kaal en staat er niets, maar dan ook niets in het huis, op twee bedden na. Eerst maar even onze slaapplek regelen, dan komt de rest. En ik kan je verklappen, in het donker, op het schijnsel van de zaklamp na, is dat knap lastig. Wat een gedoe zeg om dan je klamboe op te hangen en je spullen te vinden. Ik word hierdoor wel direct geconfronteerd hoe het is om zonden elektriciteit te leven.

Mama Jasper heeft wel elektriciteit en heeft het daarmee relatief goed. Haar huis wordt dan ook regelmatig bezocht zo merken wij later. Aller hartelijkst worden we ontvangen en in de armen gesloten. Haar vriendinnen zijn aanwezig om te helpen met het koken van het eten. De keuken, een hutje van 2 bij 2 meter, is de plek van de dames. Op een groot vuur staat een pan te pruttelen. Op een ander vuur, aangemaakt met kolen, staat een pan met maïs en bonen te koken. Het is erg warm in dit keukentje en de rook slaat me op de ogen. Maar het is reuze gezellig om daar te zitten. Op kleine bankjes tegen de muur zitten de dames te kwebbelen, de laatste nieuwtjes uit te wisselen en hebben lol voor tien. Mooi om te zien hoe ze elkaar helpen en hoeveel plezier ze daaraan beleven.

Op het platteland zijn er twee type huizen, die van steen met een dak van golfplaten en de lemen hutten met een rietendak. Mama Jasper woont in een stenen huis. Ik stap naar binnen en beland direct in de woonkamer, een ruimte van 3 bij 3 meter. Er staan banken en stoelen langs drie muren. Overal liggen gehaakte kleedjes op. De tv staat aan. Tegen de muren hangen 3 verschillende kalenders, 2 klokken waarvan er eentje het doet, een foto van wijlen papa Jasper en oma en er hangen wat kalebassen ter decoratie. Een kip loopt over de tafel te rennen. Een klein katje miauwt er lustig op los. En wat kindjes zitten op de bank en kijken ons nieuwsgierig en heel verlegen aan. Karibu, karibu (welkom)!In een mum van tijd staat er eten op tafel, rijst met linzensaus. De vrouwen dienen het op en gaan daarna naar buiten, terwijl de gasten en de mannen binnen eten. Je kunt honderd keer tegen de vrouwen zeggen dat we het gezellig vinden als ze mee eten, maar dat doen ze niet. Het is niet de traditie, punt uit. Gelukkig hebben we in de loop van de week wel een paar keer gezamenlijk gegeten, maar dan alleen als er geen mannen bij zijn.

Leven op het platteland, voor mij als stadsmens, heeft het wat vredigs. ’s Nachts de geluiden van de krekels. ’s Ochtends worden gewekt door het gekraai van de haan. En als ik naar het toilet loop, een hokje met een gat 20 meter verderop, zie ik Nicolas de koeien melken. Christina is al bezig met de afwas en doet dit buiten in een grote teil en legt de spullen te drogen op een droogrek gemaakt van palen en golfplaat. Er wordt water gekookt zodat we ons in ‘de badkamer’ kunnen wassen. De badkamer is niet meer dan een hokje met een gat in de muur zodat het water weg kan lopen. Een bak water erbij en poedelen maar.